Uitgeverij Maretak

Stobbenven 19
9302 EN Roden

 

KVK 39068057
 

Dit boek kunt u bij uw boekhandel bestellen.

Met de bestelknop hiernaast wordt u naar de landingspagina op de website van Maretak geleid.

06 53 33 28 47

Mireille Geus

Wie bent u? 
 

Ik ben Mireille Geus, schrijfster. Ik heb veel boeken geschreven (zo’n 25), vooral voor kinderen, maar ook twee boeken over de kunst van het schrijven voor volwassenen en een roman voor volwassenen. Verder schreef ik toneelstukken, voor televisie en een hoorspel. 
 

Naast schrijfster ben ik ook schrijfcoach. Ik help andere mensen met de dingen die ze willen schrijven.  
 

Behalve schrijfster en schrijfcoach ben ik ook echtgenote en moeder, film- en wijnliefhebber en iemand die van gezelligheid houdt. 
 

Waarom schreef u 2040? 
 

Op een dag kreeg ik een mail van een onbekende, dat is altijd spannend. De onbekende heet Nico van der Steeg en hij had mijn naam via boekhandel Stevens in Hoofddorp gekregen. Hij zei: ‘ik heb een bijzonder verhaal en ik zou het je willen vertellen, mag ik eens bij je langskomen?’ 
 

Zo zaten we een paar weken later tegenover elkaar aan tafel en vertelde Nico dat zijn opa koster was geweest in de Koepelkerk in Amsterdam. Zijn opa had in de Tweede Wereldoorlog het hoofdkwartier van het verzet gehuisvest in de kerk. Dit deed hij met gevaar voor eigen leven en dat van zijn dierbaren. In alle spannende gebeurtenissen die er tijdens de oorlogsjaren waren voorgevallen, zag Nico wel een goed jeugdboek. Een boek dat leerzaam zou zijn, maar ook spannend en vermakelijk.
 

Ik dacht na: een boek over gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog, is dat wel een onderwerp waar ik over wil schrijven? En wie wil dat nog lezen? 
 

Toen zei Nico iets dat me over de streep hielp: ‘Mijn moeder was dochter van de koster,’ zei hij, ‘Zij heeft alles meegemaakt en ze is niet lang geleden overleden en ik wil ook haar herinneringen aan die tijd graag vertellen. Sterker nog, ik heb het haar beloofd. Het was een belangrijke en gevaarlijke tijd, een tijd waarin ze ook mijn vader ontmoette, die onderduiker was in het gezin.’ 
 

Een belofte aan zijn moeder, iemand die pas is overleden, dat raakte me. 
 

Hoe ging dat schrijven in zijn werk? 
 

Ik besloot aan de slag te gaan. Ik begon met lezen. Eerst alles dat Nico mij had gegeven. Alle krantenknipsels en boeken en ik bekeek het dikke boek dat voor de 75e verjaardag van de koster was gemaakt door alle mensen die hij kende. Ik las brieven in ouderwetse handschriften die ik bijna niet kon ontcijferen, ik las over armoede, heldendaden, gevaar, over saamhorigheid en je inzetten voor iets dat belangrijk is. Het waren veel verhalen die samen deel waren van een groot verhaal, maar als verhaal voor een boek voor jongeren nog niet geschikt. 
 

Daarna las ik boeken over de oorlog. Uiteraard het dagboek van Anne Frank en ook Oorlogswinter van Jan Terlouw. Het meisje met het rode haar herlas ik en ik ging naar de plaats in Amsterdam waar de Koepelkerk ooit stond en ging in het restaurant van het hotel dat er nu staat iets drinken.  
 

Voorzichtig ontstond er een hoofdpersoon, Lotte, een opstandig meisje, die een taak heeft gekregen die een maatje te groot voor haar is. In mijn hoofd werd het naast 1940 ook 2040. Lotte moet een toespraak houden op de Dam honderd jaar na de oorlog. Ze weet niet zo goed wat ze moet zeggen. Ze weet niet zoveel van de oorlog.  
 

En hoe ging dat verder? 
 

Samen met Lotte kwam ik steeds meer te weten over de Tweede Wereldoorlog, over de verhalen van de koster, de gevaren waar het gezin aan bloot stond, hoe moeilijk het ook was voor de kinderen van de koster.  

Ik las steeds meer over de toekomst, over toekomstscenario’s en dan is internet een goede plek. Met alle informatie in mijn hoofd begon ik kaartjes te vullen.  

Hoe moest het verhaal beginnen? In de oorlog? In 2040? Als het in 2040 begon zou ik dan beginnen met dat ze de opdracht krijgt voor de toespraak? Of vlak voor de toespraak? Ik besloot kaartjes te maken met de dingen die ik er zeker in wilde hebben. De aankomst in het hotel in Amsterdam op de plek van de Koepelkerk, waar niemand iets van die geschiedenis weet. Dat gebeurde mij ook, en ik was er kwaad om, dat moest er in. De toespraak op de Dam moest er natuurlijk in. Dat de koster de vraag krijgt om het verzet te huisvesten. Een spannende gebeurtenis tijdens de oorlog, of twee of drie en welke zou ik dan eerst vertellen en welke erna? 
 

Maar het bleven geen vragen. 
 

Nee, dat klopt. De structuur van het verhaal groeide langzaam, ik zocht steeds gerichter naar informatie die ik nodig had, zowel in de spullen van Nico als in boeken als op internet.
 

Ik verzamelde foto’s van de belangrijkste hoofdpersonen, de oma van Lotte, haar moeder en vader, de koster en zijn vrouw. Steeds meer zag ik deze mensen voor me. 
 

Toen ik alles rond had in mijn hoofd en op de kaartjes, begon het schrijven. 
 

Ging het toen makkelijk? 

Eerst was het zoeken. Moesten de zinnen lang of kort? Moesten de teksten die zich in de oorlog afspeelden een andere taal hebben dan de teksten in 2040? Gaat de tijd in de oorlog langzamer of sneller voor het gevoel van de lezer? Hoe krijg ik dat voor elkaar? 
 

Ik schreef kleine stukjes en legde die steeds weg. Las ze op verschillende momenten van de dag, op verschillende plaatsen en kon zo steeds met frisse blik zien wat ik had gedaan en welke route de beste leek. 
 

Langzaamaan schreef ik meer en meer. Steeds weer legde ik het weg en dat zorgde ervoor dat ik kon herschrijven. Ik zag een beetje op tegen het schrijven van de toespraak van Lotte. Die moest wel goed zijn natuurlijk! 
 

Op een dag stond ik op, ging zitten en schreef de toespraak, in een adem, voor het ontbijt, gewoon in mijn pyjama. Toen wist ik dat het me ging lukken om dit boek te schrijven.  
 

Daarna kon ik de rest daar naartoe schrijven.  

 

En toen? 

Het werd steeds leuker om er aan te werken. Alles ging stromen, alles klopte, het leek alsof die twee verhalen over een meisje in 2040 en een gezin in de Tweede Wereldoorlog altijd al bij elkaar hoorden. Ik bleef er aan werken, aan afwerken, soms schrapte ik een halve bladzijde omdat die feitelijk niet nodig was, soms zorgde ik ervoor dat er wat uitleg bij kwam, soms herschreef ik een dialoog, omdat die beter kon, scherper, spannender. Het begon er steeds meer uit te zien als iets dat niet zo heel moeilijk is om te maken, voor mij altijd een goed teken. 
 

Op een dag kon ik er niets meer aan doen om het beter te krijgen en liet ik het Nico lezen en gelukkig vond Nico het ook erg mooi. 
 

Maar hij niet alleen. We hadden ook een uitgever gevonden die van ons verhaal een boek ging maken, uitgeverij Maretak. Door deze uitgeverij is er nu een mooi boek dat je kunt lezen. 

© foto: Wolfgang Schmidt

Mireille Geus komt graag op schoolbezoek om over haar werk te vertellen. Informatie en boeking via de Schrijverscentrale.